ECLI:NL:GHARN:2006:AY9774
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.W.P. Verheugt
- J.A.W. Lensing
- H.G.W. Stikkelbroeck
- Rechtspraak.nl
Vordering tot het achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling wegens ernstige misdraging en leiding geven aan criminele organisatie
De zaak betreft een vordering van het openbaar ministerie tot het achterwege laten van de vervroegde invrijheidstelling van een veroordeelde die eerder gevangenisstraffen van twaalf en vier jaren opgelegd kreeg door gerechtshoven Den Haag en 's-Hertogenbosch. De vordering is gebaseerd op ernstige misdragingen na aanvang van de tenuitvoerlegging van de straf, waaronder het leiding geven aan een criminele organisatie die zich bezighoudt met drugshandel.
De verdediging betoogde dat de advocaat-generaal te Den Haag niet bevoegd was de vordering in te dienen omdat een van de straffen reeds volledig was geëxecuteerd en dat de vordering niet onverwijld was ingediend. Het hof verwierp deze verweren op grond van artikel 15, vijfde lid, Sr, dat bepaalt dat bij aaneensluitende vrijheidsstraffen deze als één straf worden beschouwd zolang ze niet volledig zijn geëxecuteerd. Ook achtte het hof de vordering onverwijld ingediend gezien de aard van de verdenking en de ontkennende houding van de veroordeelde.
De raadsman voerde verder aan dat artikel 15a, eerste lid, sub c Sr alleen betrekking heeft op misdragingen die direct verband houden met detentie, hetgeen het hof niet volgde. Het hof besloot het onderzoek te heropenen en de behandeling aan te houden totdat het gerechtshof in de nieuwe strafzaak eindarrest heeft gewezen. Tevens wees het hof het verzoek af om het detentiedossier en reclasseringsrapport toe te voegen aan het dossier.
Uitkomst: Het hof heropent het onderzoek en houdt de zaak aan tot het eindarrest in de nieuwe strafzaak is gewezen.