ECLI:NL:GHARN:2006:AY9959
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Vaststelling vergunningplichtige bouwactiviteiten en vermindering bouwleges gemeente Doesburg
Belanghebbende vroeg in mei 2000 een bouwvergunning aan voor het vergroten en veranderen van zijn woning te Doesburg, met een opgegeven bouwsom van fl. 199.985,- inclusief BTW. De gemeente verleende de vergunning en bracht bouwleges en kosten van de welstandscommissie in rekening. Belanghebbende ontving de acceptgiro niet en betaalde niet, waarna hij een aanmaning ontving en daarop bezwaar maakte.
De ambtenaar verklaarde het bezwaar tegen de bouwleges niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding. Het hof oordeelde dat de bezwaartermijn niet op de aanslag bouwleges, maar op de bouwvergunning zag en dat de termijn pas begon te lopen bij de aanmaning. Hierdoor was het bezwaar tijdig ingediend.
Het geschil betrof de grondslag van de bouwleges: belanghebbende stelde dat slechts fl. 13.000,- aan vergunningplichtige activiteiten was toe te rekenen, terwijl de ambtenaar de volledige bouwsom als vergunningplichtig beschouwde. Het hof kon geen van beide standpunten volgen en stelde het bedrag aan vergunningplichtige activiteiten in goede justitie vast op fl. 150.000,-.
De bouwleges werden verminderd tot fl. 3.537,50 plus fl. 320,- welstandsleges, totaal fl. 3.857,50. De gemeente werd veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht van € 37,- en proceskosten van € 19,20. Het beroep werd gegrond verklaard en de uitspraak van de ambtenaar vernietigd.
Uitkomst: Het hof vermindert de aanslag bouwleges tot fl. 3.857,50 en verklaart het beroep gegrond.