ECLI:NL:GHARN:2006:AZ0371
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M. Mannoury
- J. Van der Kwaak
- H. Van den Brink
- Rechtspraak.nl
Uitleg en nietigheid vaststellingsovereenkomst over vrije waarde in economisch verkeer
In deze civiele zaak stond de uitleg van een vaststellingsovereenkomst centraal, waarin partijen overeenkwamen dat de prijs van een perceel zou worden bepaald door drie deskundigen aan te wijzen door de rechtbank, gebaseerd op de 'vrije waarde in het economisch verkeer'. Strijbosch en Witadi hadden verschillende interpretaties van deze term, waarbij Strijbosch rekening hield met het opstal- en huurrecht, en Witadi een waarde vrij van deze rechten bedoelde.
De rechtbank had vastgesteld dat partijen geen overeenstemming hadden bereikt over de betekenis van deze term en dat er geen sprake was van een geldige overeenkomst. In hoger beroep bevestigde het hof dit oordeel. Het hof overwoog dat de tekst van de overeenkomst en de omstandigheden van het geval wezen op een taalkundige uitleg waarbij de deskundigen de prijs moesten bepalen aan de hand van een niet nader te definiëren maar te hanteren waarde. Er was geen aanwijzing dat partijen de uitleg van de term bindend aan de deskundigen hadden willen overlaten.
Verder bleek uit getuigenverklaringen dat tijdens de totstandkoming van de overeenkomst niet over de betekenis van de term was gesproken en dat partijen elk een andere betekenis aan de woorden hadden toegekend zonder dat zij op elkaars verklaringen of gedragingen mochten vertrouwen. Hierdoor ontbrak de noodzakelijke wilsovereenstemming. De vorderingen van Strijbosch werden afgewezen en zij werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat geen geldige overeenkomst tot stand is gekomen wegens gebrek aan wilsovereenstemming en bekrachtigt de bestreden vonnissen.