ECLI:NL:GHARN:2006:AZ0377
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Rijken
- Van der Kwaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid in verzoek schuldsanering wegens ontbreken reëel minnelijk aanbod
Appellante verzocht om toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling, maar werd door de rechtbank Almelo niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen reëel aanbod aan haar schuldeisers had gedaan in het minnelijk traject. Hoewel zij een levensverzekering had die niet kon worden afgekocht, beschikte zij ook over een gespaard bedrag van bijna €1.500,-, wat ongeveer 20% van haar totale schuldenlast van circa €7.000,- vertegenwoordigde.
Het hof oordeelde dat appellante dit bedrag had moeten inzetten in het minnelijk traject en dat het aanbieden van 0% van de vorderingen tegen finale kwijting geen reëel aanbod vormde. De stelling van appellante dat het ontbreken van reacties van schuldeisers het sluiten van een minnelijke regeling onmogelijk maakt, werd door het hof verworpen. De inhoud en redelijkheid van het aanbod zijn immers doorslaggevend voor de reële mogelijkheid tot een buitengerechtelijke regeling.
Het hof bevestigde dat de verklaring van de Stadsbank dat er geen reële mogelijkheden tot buitengerechtelijke schuldsanering waren, niet aannemelijk was. Daarom werd het hoger beroep verworpen en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd, waarmee appellante niet-ontvankelijk bleef in haar verzoek tot schuldsanering.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd, waardoor appellante niet-ontvankelijk blijft in haar verzoek tot schuldsanering.