ECLI:NL:GHARN:2006:AZ0935
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Zandbergen
- Hidma
- Streppel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vonnis inzake lijfsdwang en terugkeer minderjarige kinderen naar moeder
In deze zaak stond de toepassing van lijfsdwang centraal in een geschil over de terugkeer van minderjarige kinderen naar hun moeder. De voorzieningenrechter van de rechtbank Utrecht had appellant veroordeeld tot onmiddellijke afgifte van de kinderen of bekendmaking van hun verblijfplaats, met dwangsommen bij niet-naleving.
Appellant stelde in hoger beroep dat lijfsdwang slechts mag worden toegepast als geen enkel verhaal mogelijk is, en voerde een noodsituatie aan vanwege beslaglegging op zijn woning en praktijk. Het hof verwierp deze stellingen en bevestigde dat volgens artikel 587 Rv Pro lijfsdwang kan worden opgelegd indien andere dwangmiddelen onvoldoende zijn.
Het hof vond het aannemelijk dat andere executiemaatregelen onvoldoende waren, mede op basis van een brief van de gemachtigde van geïntimeerde en het feit dat appellant niets had gedaan om de terugkeer van de kinderen te bewerkstelligen. Daarnaast vond het hof het relaas van geïntimeerde geloofwaardig, ondersteund door getuigenverklaringen en bewijsstukken, terwijl appellant op belangrijke punten ongeloofwaardig was.
De grieven van appellant werden afgewezen en het hof bekrachtigde het vonnis waarvan beroep. Appellant werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep, die nihil werden begroot aan de zijde van geïntimeerde.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vordering van appellant af, met veroordeling in de kosten.