ECLI:NL:GHARN:2006:AZ0945
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.W.P. Verheugt
- Y.A.J.M. van Kuijck
- A.G. Coumans
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof wijst gedeeltelijk vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling wegens ernstige misdragingen
De zaak betreft een vordering van het openbaar ministerie tot het achterwege laten van de vervroegde invrijheidstelling van een veroordeelde die een gevangenisstraf van 24 maanden uitzit. De verdediging betoogde dat de vordering niet-ontvankelijk was omdat deze te laat was ingediend, maar het hof oordeelde dat de vordering tijdig was ingediend gezien de aaneensluitende tenuitvoerlegging van meerdere straffen.
De kern van het geschil betrof de vraag of de gedragingen van de veroordeelde tijdens zijn detentie ernstige misdragingen vormden in de zin van artikel 15a Sr. Het hof stelde vast dat de veroordeelde zich schuldig had gemaakt aan bedreiging en poging tot zware mishandeling van penitentiaire inrichtingswerkers, waarbij hij bewust een confrontatie had uitgelokt en zelfs voorbereid met een theedoek om zijn handen.
De raadsman verzocht nog om het horen van een getuige, maar dit verzoek werd afgewezen omdat het hof zich voldoende voorgelicht achtte. Gelet op de ernst van de feiten en het opzet van de veroordeelde, besloot het hof de vervroegde invrijheidstelling voor een deel van twee maanden achterwege te laten, waarbij ook persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde werden meegewogen.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling wordt voor twee maanden achterwege gelaten wegens ernstige misdragingen tijdens detentie.