ECLI:NL:GHARN:2006:AZ0946
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.W.P. Verheugt
- Y.A.J.M. van Kuijck
- A.G. Coumans
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof wijst gedeeltelijk toe vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling wegens ernstige misdragingen
Veroordeelde was veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaren, waarvan de vervroegde invrijheidstelling aan de orde was. Na aanvang van de tenuitvoerlegging onttrok hij zich aan zijn straf en pleegde hij nieuwe strafbare feiten, waaronder verboden wapenbezit en schuldheling. Hiervoor werd hij veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf.
Het openbaar ministerie diende een vordering in om de vervroegde invrijheidstelling achterwege te laten op grond van artikel 15a, eerste lid aanhef en sub c Sr, vanwege de ernstige misdragingen van veroordeelde. De verdediging betoogde niet-ontvankelijkheid wegens niet-onverwijld indienen, maar het hof verwierp dit verweer wegens het ontbreken van grove veronachtzaming en de korte termijn tussen veroordeling en vordering.
Het hof oordeelde dat de vordering deels toewijsbaar was, mede gelet op de aard van de feiten en recidive. Bij de strafmaat hield het hof rekening met de procedurele gang van zaken en de persoonlijke omstandigheden, waaronder het ingetrokken hoger beroep van veroordeelde om praktische redenen.
Uiteindelijk bepaalde het hof dat de vervroegde invrijheidstelling voor een deel van zes maanden achterwege blijft, waarbij het voordeel van de twijfel deels aan veroordeelde werd toegekend vanwege de omstandigheden rondom het ingetrokken hoger beroep.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling wordt voor een deel van zes maanden achterwege gelaten.