ECLI:NL:GHARN:2006:AZ1996
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Frankena
- Van Osch
- J.A. Krans
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en verzekeringsdekking bij schade door onderaannemer met draineermachine
In deze civiele zaak staat de aansprakelijkheid centraal voor schade veroorzaakt door een werknemer van onderaannemer A, die namens appellante werkzaamheden verrichtte met een draineermachine. Tijdens de werkzaamheden werd een rioolpersleiding van het Zuiveringsschap Rivierenland doorgesneden, wat leidde tot aanzienlijke schade.
Appellante stelde zich op het standpunt dat zij als houder van de machine moest worden aangemerkt en daarmee medeverzekerde was onder de aansprakelijkheidsverzekering van A. Het hof oordeelde dat appellante niet de feitelijke heerschappij over de machine had, omdat de overeenkomst tussen partijen een aanneming van werk betrof waarbij A zelfstandig met eigen personeel en materieel werkte. De aanwijzingsbevoegdheid van appellante was beperkt tot overleg, niet tot dwingende instructies.
Verder stelde het hof vast dat appellante contractueel verplicht was de ligging van kabels en leidingen te markeren. Op de dag van het incident was de rioolpersleiding niet gemarkeerd, waardoor appellante haar contractuele verplichting niet was nagekomen. Op grond van de toepasselijke algemene voorwaarden was A niet aansprakelijk voor schade veroorzaakt door het niet markeren van leidingen door appellante. De vordering van Hannover, die A had gesubrogeerd, werd daarom toegewezen.
Het hof bekrachtigde het tussenvonnis van de rechtbank, veroordeelde appellante in de kosten van het hoger beroep en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor verdere afhandeling van de schadeomvang. Tevens werd verlof verleend voor tussentijds cassatieberoep.
Uitkomst: Appellante is aansprakelijk voor de schade door het doorsnijden van de rioolpersleiding en niet medeverzekerde onder de polis van A.