ECLI:NL:GHARN:2006:AZ2708
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.M. de Kroon
- J.B.H. Röben
- J. Lamens
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting na overdracht onderneming
Belanghebbende en haar echtgenoot exploiteerden een woninginrichtingzaak en droegen deze in 1997 over aan hun dochter. In eerste instantie werd de stakingswinst in 1996 aangegeven en belast, maar later werd vastgesteld dat deze winst aan 1997 moest worden toegerekend. De Inspecteur legde daarop een navorderingsaanslag op voor 1997.
Belanghebbende stelde dat de Inspecteur ambtelijk verzuim had gepleegd door de aangiften 1996 en 1997 gelijktijdig te behandelen en dat de navordering daarom niet was toegestaan. Ook voerde zij aan dat de navorderingstermijn was verstreken. De Inspecteur betwistte dit en stelde dat er sprake was van een nieuw feit en dat uitstel was verleend voor het indienen van de aangifte 1997.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet bekend was met het feit dat de overdracht pas in 1997 definitief was en dat hij op de juistheid van de aangifte mocht vertrouwen. Er was geen sprake van ambtelijk verzuim, maar van een nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. Tevens was uitstel verleend tot 1 maart 1999, waardoor de navorderingstermijn niet was verstreken. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1997 wordt ongegrond verklaard.