ECLI:NL:GHARN:2006:AZ3270
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- T.J. Matthijssen
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt naheffing BPM op ingevoerde Roemeense personenauto wegens verblijfplaats Nederland
Belanghebbende, met Roemeense nationaliteit, voerde een personenauto uit Roemenië in Nederland in en kreeg aanvankelijk een vrijstelling van BPM. De Inspecteur stelde echter een woonplaatsonderzoek in en concludeerde dat belanghebbende zijn normale verblijfplaats reeds in Nederland had, waardoor de vrijstelling ten onrechte was verleend. Belanghebbende maakte bezwaar en ging in beroep bij het Hof Arnhem, dat de zaak in twee zittingen behandelde.
Het Hof stelde vast dat belanghebbende sinds 1993 regelmatig in Nederland verbleef, een gezin had in Nederland, en diverse persoonlijke en zakelijke banden met Nederland onderhield. Ondanks belanghebbendes stellingen over verblijf in Roemenië en relatieproblemen, kon hij dit niet aannemelijk maken. Het Hof achtte de Inspecteur aannemelijk dat belanghebbende zijn normale verblijfplaats in Nederland had en dat de BPM-vrijstelling onterecht was verleend.
De naheffingsaanslag werd door de Inspecteur ambtshalve verminderd, hetgeen het Hof bevestigde. Tevens veroordeelde het Hof de Inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. De uitspraak bevestigt dat voor BPM-vrijstellingen het centrum van belangen doorslaggevend is en dat verblijf en persoonlijke bindingen in Nederland bepalend zijn voor de fiscale woonplaats.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard voor het bedrag van de naheffingsaanslag, die ambtshalve is verminderd tot € 5.842,42, en de naheffingsaanslag wordt gehandhaafd.