ECLI:NL:GHARN:2006:AZ3940
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van den Brink
- Smeeïng-van Hees
- Van der Kwaak
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aansprakelijkheid Van Lanschot voor beleggingsadvies en schade
Appellanten stelden Van Lanschot aansprakelijk voor schade geleden tussen 1997 en 2003 door het gebruik van diens beleggingsdiensten. Zij voerden aan dat Van Lanschot toerekenbaar tekortgeschoten was in haar verbintenissen, onder meer door te risicovol advies en onvoldoende informatie.
Het hof overwoog dat de relatie tussen partijen een adviesrelatie betrof, waarbij Van Lanschot een beleggingsvoorstel deed met uitgangspunten zoals een beleggingshorizon van tien jaar en een dynamisch risicoprofiel. Appellanten konden zich niet beroepen op een pensioendoelstelling die niet was gecommuniceerd. Ook was er geen sprake van een beheerrelatie waarbij Van Lanschot zelfstandig beslissingen nam.
De rechtbank en het hof verwierpen de stellingen van appellanten dat het advies ondeugdelijk was, mede omdat zij zelf op eigen initiatief transacties deden en aanzienlijke onttrekkingen aan het vermogen verrichtten. Ook de beleggingsspreiding en het gebruik van opties waren niet onrechtmatig geadviseerd. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde appellanten niet-ontvankelijk in hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en verklaart appellanten niet-ontvankelijk in een deel van het hoger beroep.