ECLI:NL:GHARN:2006:AZ5935
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Verheugt
- Van der Herberg
- Cremers
- Rechtspraak.nl
Beëindiging terbeschikkingstelling wegens verminderd delictgevaar na incestdelicten
Het gerechtshof Arnhem heeft op 29 december 2006 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Zwolle die de verlenging van de terbeschikkingstelling (TBS) had bevolen. Het hof moest beoordelen of het delictgevaar nog zodanig aanwezig was dat verlenging van de maatregel gerechtvaardigd was.
De terbeschikkinggestelde was veroordeeld wegens ernstige incestdelicten, gepleegd op zijn eigen jonge kinderen. Uit diverse rapportages van deskundigen, waaronder psychiater Zwemstra en psycholoog Zuidhof, bleek dat het recidiverisico relatief laag was en dat er geen aanwijzingen waren voor pedofilie of een bredere seksuele gerichtheid op kinderen buiten de directe leefomgeving. De terbeschikkingstelling was sinds 1999 van kracht en de betrokkene had gedurende die periode aanzienlijke vorderingen gemaakt in zijn behandeling en maatschappelijke integratie.
Hoewel externe deskundigen een voorwaardelijke beëindiging van de dwangverpleging bepleitten, was dit niet haalbaar vanwege stagnatie in forensische voornemens en het ontbreken van begeleiding door de reclassering buiten de kliniek. Het hof concludeerde dat het situatief bepaalde delictgevaar tot een aanvaardbaar niveau was gedaald, waardoor verlenging van de TBS niet langer noodzakelijk was.
Het hof vernietigde de beslissingen van de rechtbank en wees de vordering van de officier van justitie af. De terbeschikkingstelling werd beëindigd, waarbij het hof erop vertrouwde dat de betrokkene gebruik zou maken van de aangeboden opvang en zich verder zou integreren in de samenleving.
Uitkomst: De terbeschikkingstelling wordt beëindigd wegens onvoldoende delictgevaar voor verlenging.