ECLI:NL:GHARN:2006:AZ6271
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Heisterkamp
- Olthof
- Van Osch
- Jansens van Gellicum
- Duenk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over opeisbaarheid en verjaring van pachtpenningen
In deze civiele zaak stond de opeisbaarheid en verjaring van pachtpenningen centraal. Het hof heeft vastgesteld dat de pachtsom jaarlijks op 1 november opeisbaar wordt, en niet op de datum van de factuur. Dit leidde tot de conclusie dat de vorderingen tot betaling van de pachtpenningen over 1999 tijdig waren, maar die over 1997 en 1998 verjaard zijn.
Delgromij heeft geprobeerd te bewijzen dat de verjaring was gestuit door erkenning of aanmaning, onder meer door het horen van een getuige, maar het hof vond dit bewijs onvoldoende en te vaag. De vorderingen over 1997 en 1998 zijn daarom verjaard en Delgromij moet deze bedragen terugbetalen.
Het hof vernietigde het verstekvonnis van de rechtbank Arnhem voor zover het de pachtpenningen betrof, veroordeelde Delgromij tot terugbetaling van de verjaarde bedragen met rente en incassokosten, en veroordeelde [geïntimeerde] tot betaling van de pachtpenningen over 1999 en 2003 met rente en incassokosten. De kosten van het incidenteel hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof vernietigt het verstekvonnis gedeeltelijk en veroordeelt partijen tot betaling en terugbetaling van pachtpenningen over verschillende jaren met rente en incassokosten.