ECLI:NL:GHARN:2006:AZ9060
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Knottnerus
- Korthals Altes
- Groefsema
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen kennelijk onredelijk ontslag bij sociale werkvoorziening
Appellant was sinds 1 november 2000 in dienst bij Permar, een sociale werkvoorziening, aanvankelijk voor bepaalde tijd en later voor onbepaalde tijd. Zijn functioneren werd wisselend beoordeeld, met een hoog ziekteverzuim en psychosociale problemen op de werkvloer. Na een ongeval in januari 2004 meldde appellant zich ziek en werd hij gedeeltelijk hersteld verklaard. Permar besloot desalniettemin de arbeidsovereenkomst te beëindigen wegens het in ernstige mate missen van bekwaamheid tot arbeid.
Appellant stelde dat het ontslag kennelijk onredelijk was en dat Permar onzorgvuldig had gehandeld door hem hersteld te melden en buitengewoon verlof te verlenen terwijl hij arbeidsongeschikt was, waardoor zijn ontslagbescherming werd ontnomen. De kantonrechter wees zijn vordering af, maar het hof vernietigde dit oordeel.
Het hof oordeelde dat Permar onvoldoende had geprobeerd tot een oplossing te komen en te snel had aangenomen dat appellant niet meer geschikt was voor werk. Gezien het vaste dienstverband en de eerdere positieve beoordeling was het ontslag onzorgvuldig. Het ontslag zonder vergoeding was kennelijk onredelijk, mede gezien de financiële gevolgen voor appellant als oudere werknemer met beperkingen. Het hof kende daarom een schadevergoeding van €7.500,- toe en veroordeelde Permar in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt Permar tot betaling van een schadevergoeding van €7.500,- wegens kennelijk onredelijk ontslag.