ECLI:NL:GHARN:2006:AZ9180
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Rijken
- Smeeïng-van Hees
- Van der Pol
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot intrekking royement lidmaatschap KNGU na strafrechtelijke veroordeling
Geïntimeerde is door de rechtbank Alkmaar veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens acht diefstallen en brandstichting. In hoger beroep is hij veroordeeld tot 15 maanden gevangenisstraf voor schuldheling van diverse turntoestellen. Naar aanleiding hiervan heeft de tuchtcommissie van de KNGU hem royement als lid opgelegd, welke beslissing door de Commissie van Beroep van de KNGU is bekrachtigd.
Geïntimeerde vordert in kort geding primair intrekking van het royement en subsidiair schorsing totdat in cassatie is beslist. De voorzieningenrechter wees de schorsingsvordering toe, maar het hof Arnhem vernietigt het vonnis en wijst de vorderingen af. Het hof oordeelt dat niet aannemelijk is dat de bodemrechter de tuchtrechtelijke uitspraken zal vernietigen, mede gelet op de terughoudendheid die de bodemrechter moet betrachten.
Het hof overweegt dat de tuchtcommissie de straf heeft gebaseerd op de feiten uit de strafzaak en dat het passend was om het oordeel van de laatste feitelijke instantie af te wachten. Verder is niet gebleken dat het royement in strijd is met het huishoudelijk reglement of dat sprake is van een beroepsverbod. Ook de stelling van ongelijkheid met andere gevallen wordt niet aannemelijk geacht. Geïntimeerde kan bij een gunstige cassatie-uitspraak de herzieningsprocedure volgen om het royement ongedaan te maken.
De kosten van de procedure worden aan geïntimeerde opgelegd.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen tot intrekking en schorsing van het royement af en veroordeelt geïntimeerde in de proceskosten.