ECLI:NL:GHARN:2006:BE9327
Gerechtshof Arnhem
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdverklaring strafrechter voor vergoeding schade onrechtmatig TBS-verblijf
Verzoeker, veroordeeld tot gevangenisstraf en terbeschikkingstelling met verpleging, verbleef volgens zijn verzoek onrechtmatig in een TBS-kliniek van 21 november 2004 tot en met 24 januari 2006. Dit verblijf volgde op een verlenging van de terbeschikkingstelling die later door het hof werd vernietigd.
Verzoeker vorderde vergoeding van de schade die hij in deze periode zou hebben geleden. Tijdens de zitting werd aangevoerd dat hierdoor artikel 14, zesde lid, van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten was geschonden.
Het hof oordeelde dat het Wetboek van Strafvordering geen mogelijkheid biedt aan de strafrechter om een vergoeding toe te kennen voor schade door onrechtmatige tenuitvoerlegging van een terbeschikkingstelling met verpleging. Daarom verklaarde het hof zich onbevoegd om kennis te nemen van het verzoek.
De beschikking werd uitgesproken door het hof te Arnhem op 1 augustus 2006, waarbij de raadsheren Harteveld, Abbink en Van Waarden aanwezig waren.
Uitkomst: Het hof verklaart zich onbevoegd om vergoeding toe te kennen voor schade door onrechtmatig verblijf in een TBS-kliniek.