ECLI:NL:GHARN:2007:AZ8099
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- J.J. Beswerda
- O. Anjewierden
- T. Knoop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens overtreding pluimveerechten op twee pluimveebedrijven
In deze strafzaak stond de vraag centraal of verdachte in 2001 en 2002 op een van haar pluimveebedrijven meer dierlijke meststoffen had geproduceerd dan het voor dat bedrijf geldende pluimveerecht. Verdachte exploiteerde twee pluimveebedrijven met afzonderlijke pluimveerechten en stelde dat deze rechten gecombineerd konden worden vanwege de Kaderregeling. Het hof oordeelde echter dat de bedrijven elk afzonderlijk als bedrijf moesten worden beschouwd volgens artikel 58c van de Meststoffenwet.
Het hof stelde vast dat verdachte op het bedrijf te [vestigingsplaats 1] meer meststoffen produceerde dan het daarvoor geldende pluimveerecht, ook al bleef zij binnen het totaal van pluimveerechten van beide bedrijven samen. De overtreding werd opzettelijk begaan, gericht op het beheersbaar houden van milieuproblemen. Verdachte had de keuze om pluimveerechten aan te kopen in plaats van administratief te schuiven.
Hoewel verdachte niet eerder was veroordeeld, achtte het hof de feiten ernstig maar matigde de straf vanwege de omstandigheden. Het hof veroordeelde verdachte tot een deels voorwaardelijke geldboete van achttienduizend honderdvijftig euro, waarvan de helft niet ten uitvoer wordt gelegd bij goed gedrag gedurende twee jaar. De overige tenlastegelegde feiten werden niet bewezen verklaard.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een deels voorwaardelijke geldboete van achttienduizend honderdvijftig euro wegens opzettelijke overtreding van het uitbreidingsverbod op een pluimveebedrijf.