ECLI:NL:GHARN:2007:AZ9796
Gerechtshof Arnhem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C.M. de Kroon
- Lamens
- Kooijmans
- Rechtspraak.nl
Vriesinstallaties als bestanddelen van onroerend vrieshuis voor overdrachtsbelasting
Belanghebbende, een BV die zich bezighoudt met het invriezen en opslaan van producten, kocht een vrieshuis met bijbehorende vriesinstallaties. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting op omdat de vriesinstallaties volgens hem als onroerend moesten worden aangemerkt. Belanghebbende voerde aan dat de installaties roerend waren en dat de naheffingsaanslag vanwege onbehoorlijk bestuur moest worden vernietigd.
Het Hof stelde vast dat het vrieshuis onroerend is en dat de vriesinstallaties op zichzelf als roerend kunnen worden beschouwd. Echter, op grond van artikel 3:4 BW Pro en de verkeersopvatting zijn de vriesinstallaties bestanddelen van het vrieshuis, omdat het vrieshuis zonder deze installaties als onvoltooid en incompleet moet worden beschouwd. Dit oordeel werd ondersteund door jurisprudentie en de technische en functionele samenhang tussen het vrieshuis en de installaties.
De stelling van belanghebbende dat de functie van de installaties in het productieproces doorslaggevend is, werd verworpen. Ook het argument dat de installaties zonder beschadiging verwijderd kunnen worden en het vrieshuis als magazijn gebruikt kan worden, deed niet af aan de kwalificatie als bestanddeel. Het Hof oordeelde verder dat geen sprake was van onbehoorlijk bestuur, mede omdat de naheffingsaanslag binnen de wettelijke termijn was opgelegd en belanghebbende tijdig was geïnformeerd.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de naheffingsaanslag overdrachtsbelasting bevestigd.