ECLI:NL:GHARN:2007:BA0362
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Van Osch
- Wattendorff
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ingebrekestelling en schadevergoeding bij bestratingswerkzaamheden
In deze civiele zaak staat centraal of appellante sub 1 als onderaannemer tekort is geschoten in haar verplichtingen uit de overeenkomst met geïntimeerde als hoofdaannemer voor bestratingswerkzaamheden in Duitsland, en of geïntimeerde recht heeft op schadevergoeding.
Het hof oordeelt dat geen sprake is van een overeengekomen opleverdatum die een ingebrekestelling overbodig maakt. Het besprekingsverslag van 21 oktober 1996 betreft een werkplanning en geen ingebrekestelling. Bovendien zijn de daarin genoemde gebreken niet de gebreken waarop de schadevordering is gebaseerd. Ook is niet aannemelijk dat geïntimeerde appellante sub 1 tijdig schriftelijk in gebreke heeft gesteld.
Daarnaast heeft geïntimeerde niet tijdig geprotesteerd na ontdekking van de gebreken, zoals vereist op grond van artikel 6:89 BW Pro. De klachten van opdrachtgever Grothaus en het deskundigenrapport werden pas laat aan appellante sub 1 meegedeeld. Hierdoor is appellante sub 1 niet in verzuim geraakt en bestaat er geen recht op schadevergoeding. Het hof vernietigt de eerdere vonnissen en wijst de vorderingen van geïntimeerde af, veroordeelt geïntimeerde tot terugbetaling en in de kosten.
Uitkomst: De vorderingen van geïntimeerde worden afgewezen wegens het ontbreken van een ingebrekestelling en tijdig protest.