ECLI:NL:GHARN:2007:BA1596
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- prof. mr. Hermans
- mr. Garos
- mr. Onnes-Wind
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking schone lei wegens benadeling schuldeisers door terugverkoop woning
De rechtbank Zwolle-Lelystad had bepaald dat na beëindiging van de schuldsaneringsregeling het bepaalde in artikel 358, eerste lid, Faillissementswet (Fw) niet langer van toepassing is op vader, mevrouw en zoon, omdat zij hun schuldeisers hebben benadeeld. De familie ging hiertegen in hoger beroep en stelde onder meer dat de authenticiteit van een overeenkomst onderzocht moest worden en dat de lagere verkoopprijs van de woning niet duidde op benadeling.
Het hof oordeelde dat het hoger beroep tijdig was ingesteld en nam kennis van aanvullende stukken. Het bevestigde de bevindingen van de rechtbank dat de familie vermogensbestanddelen buiten de boedel om heeft gelde gemaakt via een terugverkoop van de woning voor een lagere prijs dan de werkelijke waarde, wat een benadeling van schuldeisers inhoudt. De verklaringen van getuigen werden als plausibel en betrouwbaar beoordeeld, ondanks het vermeende belang van deze getuigen.
De familie voerde tegenargumenten aan over de waardering van de woning en de betrokkenheid van zoon, maar het hof vond deze niet overtuigend. Ook een deskundigenonderzoek naar de authenticiteit van een overeenkomst werd niet noodzakelijk geacht. Het hof veroordeelde de familie in de kosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep en wees verdere vorderingen af.
Uitkomst: De schone lei wordt ontnomen aan de familie wegens benadeling van schuldeisers; het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.