ECLI:NL:GHARN:2007:BA2404

Gerechtshof Arnhem

Datum uitspraak
21 maart 2007
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
06-00416
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gerechtshof bevestigt zelfstandigenaftrek voor afwikkelingsuren na verkoop onderneming

In deze verwijzingsprocedure, voortvloeiend uit een arrest van de Hoge Raad, stond centraal of de werkzaamheden die belanghebbende verrichtte ter afwikkeling van zijn onderneming in dienstbetrekking waren of niet. De Inspecteur stelde aanvankelijk dat deze werkzaamheden in het kader van een dienstbetrekking met de overnemer werden verricht, waardoor geen zelfstandigenaftrek zou gelden.

Tijdens de zitting liet de Inspecteur dit standpunt echter varen en sloot zich aan bij de stelling van belanghebbende dat sprake was van zelfstandige werkzaamheden. Het Gerechtshof verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en paste de aanslag aan op basis van een belastbaar inkomen van € 502.068.

Daarnaast werd de Inspecteur veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten. De uitspraak bevestigt dat afwikkelingsuren na verkoop van een onderneming niet automatisch in dienstbetrekking worden verricht, waardoor de zelfstandigenaftrek van toepassing blijft.

Uitkomst: Het Gerechtshof vernietigt de uitspraak op bezwaar en kent belanghebbende zelfstandigenaftrek toe over 1997 met een aangepaste aanslag.

Uitspraak

Gerechtshof Arnhem
eerste meervoudige belastingkamer
nummer 06/00416
Proces-verbaal mondelinge uitspraak
belanghebbende : X
te : Z
verweerder : de Inspecteur van de Belastingdienst te P (hierna: de Inspecteur)
aangevallen beslissing : uitspraak op bezwaar
betreft : inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 1997 na verwijzing van het geding door de Hoge Raad bij arrest van 20 oktober 2006, nr. 42.163 (hierna: het verwijzingsarrest)
mondelinge behandeling
waarbij verschenen : op 21 maart 2007 te Arnhem
: belanghebbende, alsmede de Inspecteur
gronden:
1. In deze verwijzingsprocedure is, gelet op rechtsoverweging 4.3 van het verwijzingsarrest, uitsluitend aan de orde het onderzoek van de stelling van de Inspecteur dat de door belangebbende verrichte werkzaamheden ter afwikkeling van zijn onderneming zijn verricht in het kader van zijn dienstbetrekking met de overnemer van de onderneming.
2. De Inspecteur heeft ter zitting die stelling evenwel laten varen en zich alsnog verenigd met het standpunt van belanghebbende dat deze voor het jaar 1997 terecht aanspraak maakt op toepassing van de zelfstandigenaftrek.
3. Het beroep is gegrond.
proceskosten:
Het Hof acht termen aanwezig voor een kostenveroordeling als bedoeld in artikel 8:75 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Met betrekking tot de procedure voor het gerechtshof te Leeuwarden maakt belanghebbende geen aanspraak op vergoeding van proceskosten en de door belanghebbende in de procedure voor het gerechtshof te Amsterdam gemaakte proceskosten zijn reeds vergoed. Met betrekking tot de voor dit Hof ter zake van de onderhavige verwijzingsprocedure gemaakte reis- en verblijfkosten kent het Hof belanghebbende een vergoeding toe ten bedrage van € 50. Van overige kosten die voor vergoeding in aanmerking komen, is niet gebleken.
beslissing:
Het Gerechtshof:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslag tot een aanslag, berekend naar een belastbaar inkomen van € 502.068 (? 1.106.414);
- gelast de Inspecteur aan belanghebbende te vergoeden het door deze betaalde griffierecht ten bedrage van € 37;
- veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 50 en wijst de Staat aan als de rechtspersoon die deze kosten aan belanghebbende dient te vergoeden.
Aldus gedaan op 21 maart 2007 te Arnhem door de raadsheer mr. R. den Ouden als voorzitter, en de raadsheren prof. dr. mr. J.A. Monsma en prof. dr. G.T.K. Meussen en op die datum in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. C.E. te Brake als griffier.
Waarvan opgemaakt dit proces-verbaal.
De griffier, De voorzitter,
(C.E. te Brake) (R. den Ouden)
Afschriften zijn aangetekend per post verzonden op
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer),
postbus 20303, 2500 EH Den Haag
(bezoekadres: Kazernestraat 52).
Daarbij moet het volgende in acht worden genomen:
1. Bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2. het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. de dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
d. de gronden van het beroep in cassatie.
Voor het instellen van beroep in cassatie is griffierecht verschuldigd. Na het instellen van beroep in cassatie ontvangt de indiener een nota griffierecht van de griffier van de Hoge Raad.
In het cassatieberoepschrift kan de Hoge Raad verzocht worden om de wederpartij te veroordelen in de proceskosten.