ECLI:NL:GHARN:2007:BA2848
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Van Osch
- Van der Beek
- mr. ing. Jansens van Gellicum
- ir. Duenk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling mondelinge pachtovereenkomst tussen erfgenaam en overleden vader
Appellant vordert schriftelijke vastlegging van een mondelinge pachtovereenkomst die hij in 1984 met zijn vader is aangegaan over een perceel bouwland. De andere erfgenamen betwisten het bestaan van deze overeenkomst en verzetten zich tegen vastlegging. De pachtkamer wees de vordering af na bewijslevering.
In hoger beroep voert appellant aan dat hij het perceel in gebruik heeft gekregen en daarvoor een tegenprestatie heeft betaald, wat voldoet aan de eisen van de Pachtwet. Het hof oordeelt dat wilsovereenstemming vereist is voor het bestaan van een pachtovereenkomst en dat appellant de bewijslast draagt. Uit getuigenverklaringen en bankafschriften blijkt dat appellant betalingen heeft verricht voor het gebruik van het perceel, welke door vader zijn aanvaard.
De betwisting van de erfgenamen dat vader beschikkingsonbevoegd was, faalt omdat vader namens de nalatenschap heeft gehandeld en de erfgenamen nu gebonden zijn aan de overeenkomst. Het hof vernietigt het vonnis van april 2006 en legt de pachtovereenkomst vast tegen een pachtprijs van €254,60 per jaar. De kosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: Het hof legt de mondelinge pachtovereenkomst uit 1984 tussen appellant en zijn vader vast tegen een pachtprijs van €254,60 per jaar.