ECLI:NL:GHARN:2007:BA3470
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Wijland-Kalkman
- Van Osch
- Van der Beek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake tijdige klacht over gebreken aan geleverde platen
Surpr(ice) B.V. heeft hoger beroep ingesteld tegen vonnissen van de rechtbank Arnhem waarin zij werd veroordeeld wegens het niet tijdig klagen over gebreken aan door Bruhamij Kunststoffen B.V. geleverde platen voor een schaatsbaan. Surpr(ice) stelde dat zij reeds in december 2003 de gebreken had ontdekt en Bruhamij daarvan op de hoogte had gesteld, terwijl Bruhamij betoogde dat de klacht pas op 3 mei 2004 was ingediend.
Het hof overwoog dat Surpr(ice) de bewijslast droeg om aan te tonen dat zij binnen bekwame tijd na ontdekking van de gebreken Bruhamij daarvan in kennis had gesteld. Uit getuigenverklaringen en stukken bleek dat Surpr(ice) pas op 3 mei 2004 officieel had geklaagd, terwijl de gebreken volgens eigen stellingen al op 24 december 2003 waren ontdekt. De verklaringen van getuigen ondersteunden niet dat Bruhamij eerder op de hoogte was gesteld of dat er toezeggingen waren gedaan om gebreken te herstellen.
Het hof oordeelde dat Surpr(ice) niet binnen bekwame tijd had geprotesteerd en daardoor geen beroep meer kon doen op de gebreken volgens artikel 6:89 en Pro 7:23 BW. Het hoger beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard en de eerdere vonnissen van 22 december 2004 en 16 november 2005 werden bekrachtigd. Surpr(ice) werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Surpr(ice) wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens het niet tijdig klagen over gebreken en de eerdere vonnissen worden bekrachtigd.