ECLI:NL:GHARN:2007:BA4279
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Makkink
- Vaessen
- Tjittes
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens ontbreken causaal verband relatiebeding
Synchro en geïntimeerde sloten op 2 juli 1999 een overeenkomst waarbij A., destijds in dienst van Synchro, werd gedetacheerd bij geïntimeerde voor werkvoorbereidings- en tekenwerkzaamheden. In de algemene voorwaarden van Synchro was een relatiebeding opgenomen dat het werven van gedetacheerde personen binnen een jaar na beëindiging van de overeenkomst verbood. Na beëindiging van de overeenkomst op 4 april 2000 nam A. op 3 juli 2000 ontslag bij Synchro en werkte vervolgens via een uitzendbureau voor geïntimeerde.
Synchro vorderde schadevergoeding wegens winstderving omdat A. niet langer voor haar werkte, stellende dat geïntimeerde het relatiebeding had overtreden. De rechtbank oordeelde dat A. uit eigen vrije wil ontslag had genomen zonder samenspanning met geïntimeerde, waardoor het causaal verband tussen de overtreding en de schade ontbrak. Dit oordeel werd bevestigd door het hof.
Het hof overwoog dat Synchro niet had bewezen dat A. tot 4 april 2001 in dienst zou zijn gebleven en dat A. voldoende aannemelijk had gemaakt dat hij vrijwillig ontslag nam om een eigen onderneming te starten. De verklaringen van A. en getuigen werden als consistent en geloofwaardig beoordeeld. Het hof verwierp het bewijsaanbod van Synchro in hoger beroep en veroordeelde Synchro in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de schadevordering van Synchro wordt afgewezen wegens het ontbreken van causaal verband tussen de overtreding van het relatiebeding en de gevorderde schade.