ECLI:NL:GHARN:2007:BA4298
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Steeg
- Van Ginkel
- Vaessen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen dwangbevel permanente bewoning zomerhuis in strijd met bestemmingsplan
Appellanten zijn eigenaar van een zomerhuis dat volgens het bestemmingsplan niet permanent bewoond mag worden. De Gemeente stelde dat appellanten het zomerhuis toch permanent bewonen en legde hen dwangsommen op. Appellanten voerden verzet tegen deze dwangsommen en stelden dat zij feitelijk hun hoofdverblijf hebben bij hun zoon in een andere woning.
De rechtbank oordeelde dat appellanten onvoldoende tegenbewijs hadden geleverd tegen het vermoeden van permanente bewoning van het zomerhuis en verklaarde hun verzet grotendeels ongegrond. In hoger beroep betoogden appellanten dat zij minder dan de helft van het jaar in het zomerhuis verblijven en dat zij feitelijk elders wonen.
Het hof overweegt dat het aantal dagen verblijf een indicatie kan zijn, maar dat het centrum van het maatschappelijke leven bepalend is. Het hof acht het verweer van appellanten onvoldoende geloofwaardig en constateert dat zij veelvuldig in het zomerhuis verbleven. Daarom wordt aangenomen dat zij het zomerhuis permanent bewonen.
Het hof laat appellanten toe tot het leveren van nader tegenbewijs, waaronder getuigenverklaringen, en stelt een procedurele planning vast voor het getuigenverhoor. Verder wijst het hof het beroep van appellanten af dat de rechtbank buiten de vordering zou zijn getreden. De beslissing wordt aangehouden voor verdere bewijslevering.
Uitkomst: Appellanten worden toegelaten tot het leveren van nader tegenbewijs tegen het vermoeden van permanente bewoning van het zomerhuis.