ECLI:NL:GHARN:2007:BA4904
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- M. Mannoury
- Smeeïng-van Hees
- Van der Pol
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige vergoeding fysiotherapiekosten na verkeersongeval
Appellante vordert een voorlopige vergoeding van €1.526,50 voor kosten van oefen- en fysiotherapie over de periode van 3 maart 2003 tot en met 20 augustus 2004. Allianz erkent aansprakelijkheid als verzekeraar van de veroorzaker van het ongeval, maar betwist de noodzaak van de fysiotherapie en het oorzakelijk verband met het ongeval.
Het hof stelt vast dat het neurologisch rapport van 25 oktober 2006 voorshands aannemelijk maakt dat de klachten van appellante het gevolg zijn van het ongeval, ondanks bijkomende persoonlijke factoren. De medische adviezen en verklaringen van behandelend artsen ondersteunen de redelijkheid van de fysiotherapeutische behandeling.
Allianz voert aan dat het rapport buiten beschouwing moet blijven omdat het na het vonnis is opgesteld, maar het hof wijst dit af vanwege het karakter van het hoger beroep. Ook de kritiek van de medisch adviseur van Allianz op het rapport is onvoldoende om het te verwerpen.
Het hof oordeelt dat appellante voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij de kosten in redelijkheid heeft kunnen maken en dat haar spoedeisend belang gegeven is vanwege het ontbreken van inkomsten. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Almelo en wijst de vordering toe tot een bedrag van €1.881,24, vermeerderd met wettelijke rente. De kosten van het hoger beroep worden aan Allianz opgelegd.
Uitkomst: Het hof wijst de voorlopige vergoeding van €1.881,24 voor fysiotherapiekosten toe aan appellante met wettelijke rente en veroordeelt Allianz in de proceskosten.