ECLI:NL:GHARN:2007:BA5657
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.G.W. Stikkelbroeck
- P.C. Vegter
- Y.A.J.M. van Kuijck
- Rechtspraak.nl
Vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling wegens moord tijdens detentie
De veroordeelde, die eerder door het gerechtshof te ’s-Gravenhage was veroordeeld tot twaalf jaar gevangenisstraf, werd op 9 juli 2006 aangehouden wegens moord of doodslag op een medegedetineerde in de penitentiaire inrichting “De Dordtse Poorten”. Op 15 februari 2007 werd hij door de rechtbank te Dordrecht veroordeeld tot twintig jaar gevangenisstraf wegens moord.
Naar aanleiding van deze ernstige misdraging diende de officier van justitie een vordering in om de vervroegde invrijheidstelling van de veroordeelde geheel achterwege te laten. Het hof oordeelde dat de gepleegde moord een zeer ernstige misdraging vormt in de zin van artikel 15a, eerste lid sub c van het Wetboek van Strafrecht.
Tijdens de openbare terechtzitting van 4 april 2007 werden de veroordeelde, zijn raadsvrouw en de advocaat-generaal gehoord. Het hof besloot op 18 april 2007 de vordering van de officier van justitie toe te wijzen en de vervroegde invrijheidstelling van de veroordeelde volledig te weigeren.
Het arrest benadrukt het belang van het waarborgen van de veiligheid binnen de penitentiaire inrichting en het rechtvaardigen van het achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling bij ernstige gedragingen tijdens detentie.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling van de veroordeelde wordt volledig achterwege gelaten wegens moord tijdens detentie.