ECLI:NL:GHARN:2007:BA5658
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.G.W. Stikkelbroeck
- P.C. Vegter
- Y.A.J.M. van Kuijck
- Rechtspraak.nl
Uitstel vervroegde invrijheidstelling wegens nieuwe feiten tijdens detentie
De veroordeelde is onherroepelijk veroordeeld tot een gevangenisstraf van zestien jaar. Tijdens de tenuitvoerlegging van deze straf heeft hij zich opnieuw schuldig gemaakt aan ernstige strafbare feiten, waaronder zware mishandeling en poging tot zware mishandeling, gepleegd op 22 augustus en 7 december 2005. Hierdoor is toepassing gegeven aan artikel 15a van het Wetboek van Strafrecht, dat het mogelijk maakt de vervroegde invrijheidstelling uit te stellen of achterwege te laten.
Het hof heeft bij de beoordeling van de vordering rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde, waaronder een psychiaterrapport dat een intermitterende explosieve stoornis en persoonlijkheidstrekken zoals paranoïde en antisociaal gedrag vaststelde. Hoewel deze stoornis niet is verergerd door de vordering, beïnvloedt de detentiesituatie het functioneren van de veroordeelde negatief.
De officier van justitie had gevraagd om volledige toewijzing van de vordering tot het achterwege laten van vervroegde invrijheidstelling, maar het hof heeft dit slechts gedeeltelijk toegewezen. Het uitstel van de vervroegde invrijheidstelling is vastgesteld op twee jaar na het tijdstip waarop deze ten vroegste zou kunnen plaatsvinden, waarbij de ernst van de nieuwe feiten en de persoonlijke omstandigheden van de veroordeelde zijn meegewogen.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling wordt uitgesteld tot twee jaar na het vroegst mogelijke moment.