ECLI:NL:GHARN:2007:BA5751
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Olthof
- Van Osch
- Jansens van Gellicum
- Duenk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over voortzetting en beëindiging van pachtovereenkomst tuinland
Wijlen [A.] verpachtte in 1972 een perceel tuinland aan appellant voor zes jaar. Na zijn overlijden in 1974 zijn de erfgenamen, geïntimeerden, eigenaar geworden. De pachtovereenkomst werd stilzwijgend verlengd na afloop van de eerste termijn. In 1999 zegden geïntimeerden de pacht op tegen eind 2001, maar appellant verzocht in 2000 om verlenging, wat door de pachtkamer niet-ontvankelijk werd verklaard.
In hoger beroep stelde het hof vast dat de pachtovereenkomst pas in juli 1972 aan de grondkamer werd voorgelegd, waardoor de wettelijke duur pas in 1973 inging. Dit betekent dat de lopende pachtperiode eindigde op 1 januari 2003 en de opzegging van november 1999 te vroeg was en geen rechtsgevolg had. De pachtovereenkomst is derhalve stilzwijgend verlengd tot 2009.
De erfgenamen stelden subsidiair dat appellant tekortschiet door het gebruik van het gepachte als weideland en het slopen van glasopstanden zonder toestemming. Het hof oordeelde dat appellant zich op rechtsverwerking kon beroepen omdat geïntimeerden niet protesteerden tegen de afbraak. Ook was het niet onredelijk dat appellant investeringen uitstelde in afwachting van de procedure. De tekortkomingen rechtvaardigen geen ontbinding.
Het hof vernietigde de vonnissen van de rechtbank en wees de vorderingen van geïntimeerden af. Tevens werden zij veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: De vorderingen van de erfgenamen worden afgewezen en de pachtovereenkomst is stilzwijgend verlengd tot 2009.