ECLI:NL:GHARN:2007:BA5914
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging waardevaststelling woning per 1 januari 2003 ondanks bodemverontreiniging
Belanghebbende betwistte de door de Ambtenaar vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning per 1 januari 2003, gesteld op €399.535. Het geschil betrof de juiste waardebepaling en de invloed van bodemverontreiniging op deze waarde.
De Rechtbank had de vergelijkingsmethode toegepast om de waarde te bepalen, maar het Hof oordeelde dat deze methode slechts een hulpmiddel is en niet dwingend voorgeschreven. De Ambtenaar moest de vastgestelde waarde aannemelijk maken, wat gebeurde aan de hand van een taxatierapport van een onafhankelijke taxateur.
Het taxatierapport hield rekening met een waardedruk van €85.000 vanwege bodemverontreiniging, die door het Hof als voldoende aannemelijk werd beschouwd. De staat van de woning op de peildatum was gelijk aan die op een latere datum waarop de taxatie was gebaseerd, waardoor dit geen bezwaar vormde.
Het Hof concludeerde dat de Ambtenaar aan zijn bewijslast had voldaan en dat de waardevaststelling niet te hoog was, ondanks een stijging van 25% ten opzichte van de vorige peildatum. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de waardevaststelling van €399.535 bevestigd.