ECLI:NL:GHARN:2007:BA6054
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Wesseling-Lubberink
- Olthof
- baron Van Verschuer
- ir. Duenk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot aanmerken zoon als medepachter in pachtovereenkomst
In deze zaak vordert geïntimeerde dat zijn zoon als medepachter wordt aangemerkt in de pachtovereenkomst met appellanten. De rechtbank had deze vordering toegewezen, maar appellanten gingen in hoger beroep.
Het hof overweegt dat het gepachte ruim zeventien hectare omvat en dat geïntimeerde daarnaast eigen grond en pachtgrond van derden heeft. Zowel geïntimeerde als zijn zoon verklaren dat zij geen bedrijf voeren maar een hobby, waarbij fokpaarden en zoogkoeien worden gehouden. Er wordt geen boekhouding bijgehouden en de opbrengsten zijn minimaal. Het bedrijfsplan van geïntimeerde weerspiegelt niet hun toekomstvisie en bevat geen concreet plan voor uitbreiding of verandering.
De zoon heeft weliswaar aangegeven zijn toekomst aan de boerderij te verbinden en noemde mogelijke activiteiten zoals een mini-camping of zorgboerderij, maar zonder concrete plannen of onderbouwing waarom dit niet op eigen grond kan. Het hof concludeert dat het belang van geïntimeerde bij het aanmerken van zijn zoon als medepachter zo gering is dat de vordering naar billijkheid moet worden afgewezen.
Daarnaast oordeelt het hof dat de kennisgeving van niet-verlenging van de pachtovereenkomst rechtsgeldig is, ook al was die niet aan de zoon gericht, omdat deze geen medepachter is. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vordering af, waarbij geïntimeerde wordt veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering af en veroordeelt geïntimeerde in de kosten van beide instanties.