ECLI:NL:GHARN:2007:BA6108
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Zuidema
- Breemhaar
- Hidma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over vergoeding niet-genoten vakantie-uren bij einde arbeidsovereenkomst
In deze zaak vordert appellant betaling van €5.135,06 bruto voor niet-genoten vakantie-uren die hij bij het einde van zijn arbeidsovereenkomst bij Nieuwenhuis Keukens niet had opgenomen. De arbeidsovereenkomst bevatte een bepaling dat vakantie-uren voor het einde van het vakantiejaar moeten worden opgenomen, tenzij anders overeengekomen met de werkgever.
Het hof stelt vast dat de vraag of partijen zijn overeengekomen dat niet-genoten vakantie-uren vervallen niet alleen op basis van de taalkundige uitleg van het contract kan worden beantwoord, maar ook moet worden gekeken naar de redelijke verwachtingen van partijen bij het aangaan van de overeenkomst, mede gelet op artikel 7:645 BW Pro. Nieuwenhuis Keukens heeft onvoldoende feiten gesteld om te concluderen dat de aanspraak op niet-genoten vakantie-uren zonder meer vervalt.
Het hof vernietigt de eerdere vonnissen en wijst de vordering van appellant toe, inclusief een gematigde wettelijke verhoging van 10% en wettelijke rente vanaf 1 februari 2005. De buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen wegens gebrek aan bewijs van werkzaamheden. Nieuwenhuis Keukens wordt veroordeeld in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Nieuwhuis Keukens wordt veroordeeld tot betaling van €5.135,06 bruto aan niet-genoten vakantie-uren met wettelijke verhoging en rente.