ECLI:NL:GHARN:2007:BA6426
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Smeeïng-van Hees
- Van der Kwaak
- Van den Brink
- Rechtspraak.nl
Geen contact- en straatverbod wegens ontbreken concrete dreiging tussen buren
In deze zaak stond de vraag centraal of appellant een contact- en straatverbod opgelegd kon krijgen ten behoeve van geïntimeerden vanwege een vermeende concrete dreiging van onrechtmatig handelen. Het geschil ontstond na een handgemeen tussen partijen en voortdurende spanningen die leidden tot een kort geding bij de voorzieningenrechter.
Het hof oordeelde dat de gegevens onvoldoende waren om aan te nemen dat op dat moment sprake was van een concrete dreiging van onrechtmatig handelen door appellant jegens geïntimeerden. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang voor het opleggen van de gevorderde verboden. Hoewel partijen een gespannen relatie hadden en confrontaties voorkwamen, was er geen juridische grond voor het opleggen van een contact- en straatverbod.
Het hof benadrukte dat partijen zelf verantwoordelijk zijn voor het de-escaleren van hun conflicten en dat confrontaties alleen verliezers kennen. Het vonnis van de voorzieningenrechter werd vernietigd, de vorderingen van geïntimeerden werden afgewezen en de kosten werden tussen partijen gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de vorderingen van geïntimeerden af wegens ontbreken van concrete dreiging.