ECLI:NL:GHARN:2007:BA6659
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van den Brink
- Smeeïng-van Hees
- Van der Pol
- Rechtspraak.nl
Verlenging van de verzekerde bewaring wegens weigering relevante inlichtingen in faillissement
Bij vonnis van de rechtbank Almelo is appellant in staat van faillissement gesteld en vervolgens in bewaring genomen wegens weigering relevante inlichtingen te verstrekken aan de curator. De rechtbank verlengde deze bewaring meerdere malen.
Appellant ging in hoger beroep tegen de laatste verlenging van de bewaring en verzocht om opheffing, schorsing of uitvoering van de bewaring in zijn woonhuis. Het hof heeft de stukken bestudeerd, waaronder verslagen van de curator en correspondentie, en heeft appellant en de curator gehoord.
Het hof oordeelde dat de belangenafweging, mede gelet op artikel 5 EVRM Pro, uitvalt in het nadeel van appellant. Er zijn onduidelijkheden over grote geldbedragen en transacties, en appellant heeft de curator onvolledig en onjuist geïnformeerd. Het belang van de curator bij voortzetting van de bewaring weegt zwaarder dan het belang van appellant bij vrijlating.
De gevraagde uitvoering van de bewaring in het woonhuis wordt niet passend geacht. Het hoger beroep wordt afgewezen en de beschikking van de rechtbank wordt bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de verzekerde bewaring van appellant wegens onvoldoende medewerking aan de curator.