ECLI:NL:GHARN:2007:BA9013
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Rijken
- Van den Brink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen aansprakelijkheid bestuurder voor faillissementstekort van besloten vennootschap
In deze zaak staat de aansprakelijkheid van een bestuurder voor het faillissementstekort van een besloten vennootschap centraal. De vennootschap werd in 1990 failliet verklaard en de bestuurder werd in 1993 veroordeeld tot betaling van het tekort. Het geschil betreft de hoogte van dit tekort, vastgesteld door de curator.
De curator stelde het tekort vast op ƒ 327.706,79 (€ 148.706,85) met een gedetailleerde specificatie van diverse vorderingen, waaronder belastingen, premies en kosten. De bestuurder betwistte enkele posten, maar kon onvoldoende concrete tegenbewijsstukken overleggen. Het hof oordeelde dat de curator voldoende onderbouwing had gegeven en dat de stellingen van de bestuurder geen twijfel opriepen over de juistheid van het tekort.
Het hof benadrukte dat de bestuurder in privé aansprakelijk is en geen directe rechtsgang heeft om bezwaar te maken tegen de hoogte van het tekort, maar dat de vennootschap als gefailleerde wel inlichtingen kan verschaffen. Aangezien de vennootschap geen partij is, is het bezwaar van de bestuurder niet rechtstreeks van invloed. Het hoger beroep werd afgewezen en het vonnis van de rechtbank Arnhem van 29 september 2004 werd bekrachtigd.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bekrachtigt het vonnis dat de bestuurder aansprakelijk is voor het faillissementstekort van € 148.706,85.