ECLI:NL:GHARN:2007:BA9522
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Wesseling-Lubberink
- Olthof
- Van der Beek
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over bomen onder hoogspanningslijn en zakelijk recht
Appellant is eigenaar van een perceel met een zakelijk recht ten behoeve van Edon voor hoogspanningslijnen. In 1974 plantte appellant bomen onder deze lijnen. Edon liet deze bomen in 2002 kappen wegens gevaar voor de elektriciteitsvoorziening. Appellant vorderde schadevergoeding en stelde dat hij toestemming had voor het planten van de bomen.
Het hof oordeelt dat appellant zich moest onthouden van bomen die minder dan drie meter afstand hielden tot de hoogspanningslijnen, conform artikel 3 lid 4 van Pro de algemene voorwaarden. De verjaringstermijn voor het opheffen van deze onrechtmatige toestand begon pas toen de bomen daadwerkelijk te dicht bij de lijnen stonden, niet bij het planten in 1974.
Appellant kon niet aannemelijk maken dat hij toestemming had gekregen en dat de bomen geen gevaar vormden. Ook werd zijn stelling dat Edon tot herplant verplicht was verworpen. Het hof veroordeelde appellant niet in hoger beroep en veroordeelde Edon in de proceskosten van de reconventie.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep van appellant af en bevestigt dat hij geen bomen mocht hebben die minder dan drie meter van de hoogspanningslijnen stonden.