ECLI:NL:GHARN:2007:BA9543
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Wesseling-Lubberink
- Olthof
- De Lorijn
- Rogaar
- Rechtspraak.nl
Geschil over pacht en vergoeding varkensrecht bij beëindiging pachtovereenkomst
In deze zaak staat centraal de beëindiging van een pachtovereenkomst van een varkensstal en de verdeling van het varkensrecht dat daarmee samenhangt. De pachter had de stal per 1 augustus 2003 ontruimd vanwege bouwtechnische gebreken en niet-naleving van het Varkensbesluit door de verpachter. De pachtkamer stelde vast dat de stal niet meer geschikt was voor varkenshouderij en stelde de pachtprijs vanaf 1 augustus 2003 op nihil.
Het geschil spitst zich toe op drie hoofdvragen: de aanspraak van de pachter op schadevergoeding, de betaling van pachtpenningen over de periode juli 2003 tot juni 2004, en de vraag wie recht heeft op het varkensrecht. Het hof oordeelt dat de pachter recht heeft op 50% van de waarde van het varkensrecht, gebaseerd op eerdere jurisprudentie en de redelijkheid en billijkheid. De pachtprijs over juli 2003 is door gerechtelijke erkenning voldaan, en de pacht vanaf augustus 2003 hoeft niet betaald te worden vanwege de ongeschiktheid van de stal.
De pachter kon geen volledige vergoeding van het varkensrecht claimen, mede omdat het grondgebonden deel van het varkensrecht sinds 6 februari 2004 verhandelbaar is geworden. De schadevergoeding voor niet-nakoming is niet toegekend wegens onvoldoende onderbouwing. De proceskosten zijn deels gecompenseerd. Het hof bekrachtigt de vonnissen van de pachtkamer en wijst de meeste grieven af, behalve de vergoeding van € 8.640 aan de verpachter voor het varkensrecht.
Uitkomst: De pachter is veroordeeld tot betaling van € 8.640 aan de verpachter voor de helft van de waarde van het varkensrecht; overige vorderingen zijn afgewezen.