ECLI:NL:GHARN:2007:BB1055
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van den Brink
- Smeeïng-van Hees
- Van der Pol
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging bevel verzekerde bewaring in faillissementszaak
In deze zaak is appellant in staat van faillissement gesteld en vervolgens in bewaring gesteld omdat hij weigerachtig was relevante informatie te verschaffen omtrent de faillissementsboedel. De rechtbank Almelo verlengde de inbewaringstelling meerdere malen. Appellant ging in hoger beroep tegen de laatste verlenging van 6 juni 2007.
Het hof overweegt dat hoewel appellant aanvankelijk geen toegang had tot getuigenverklaringen die de rechtbank gebruikte, hij inmiddels wel een afschrift heeft ontvangen. Het hof laat in het midden of het gebruik van deze verklaringen zonder hoor en wederhoor correct was, maar benadrukt dat het nu een gemotiveerd oordeel moet geven over de feiten.
Het hof oordeelt dat het belang van de schuldeisers nog steeds prevaleert boven dat van appellant. Uit getuigenverhoren zijn nieuwe aanwijzingen naar voren gekomen over handelsvoorraden, carrousels en contant geld, waarop appellant niet inhoudelijk heeft gereageerd. De curator heeft bovendien recent informatie verkregen door een binnentreding. Het hof bekrachtigt daarom de verlenging van de inbewaringstelling als noodzakelijk dwangmiddel tegen plichtsverzuim.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de verlenging van de inbewaringstelling van appellant wegens weigering relevante informatie te verstrekken.