ECLI:NL:GHARN:2007:BB1614
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.G.W. Stikkelbroeck
- P.C. Vegter
- P.R. Wery
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot achterwege laten vervroegde invrijheidstelling na onherroepelijke vrijspraak
Veroordeelde was eerder veroordeeld tot gevangenisstraffen van twaalf en vier jaren. Na aanvang van de tenuitvoerlegging van deze straffen werd hij op 17 november 2004 aangehouden wegens nieuwe strafbare feiten, waaronder het leidinggeven aan een criminele organisatie die zich bezighield met drugshandel.
De rechtbank ’s-Gravenhage veroordeelde hem op 3 maart 2006 tot 42 maanden gevangenisstraf voor het leidinggeven aan deze organisatie. Het gerechtshof ’s-Gravenhage sprak hem echter op 12 april 2007 vrij van deze tenlastelegging. Het openbaar ministerie trok het cassatieberoep hiertegen in, waardoor de vrijspraak onherroepelijk werd.
De advocaat-generaal verzocht daarop bij het hof Arnhem om de vervroegde invrijheidstelling van veroordeelde geheel of gedeeltelijk achterwege te laten wegens ernstige misdragingen. Het hof oordeelde dat, gelet op de onherroepelijke vrijspraak en het standpunt van de advocaat-generaal zelf, onvoldoende grondslag bestaat om de vervroegde invrijheidstelling te weigeren.
Daarom wees het hof de vordering van de advocaat-generaal af en liet de vervroegde invrijheidstelling van veroordeelde in stand.
Uitkomst: De vordering tot het achterwege laten van de vervroegde invrijheidstelling is afgewezen.