ECLI:NL:GHARN:2007:BB2767
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- R. den Ouden
- J.B.H. Röben
- J.A. Monsma
- Rechtspraak.nl
Beoordeling proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens herroeping vergrijpboete
Belanghebbende had beroep ingesteld tegen een vergrijpboete opgelegd door de Inspecteur in verband met een naheffingsaanslag overdrachtsbelasting. Na intrekking van het beroep omdat de Inspecteur de boete geheel liet vervallen, verzocht belanghebbende om een integrale proceskostenvergoeding van €2.824,47.
De Rechtbank wees dit verzoek af en kende een forfaitaire vergoeding toe van €322. Belanghebbende ging in hoger beroep tegen deze beslissing. Het Hof oordeelde dat de Inspecteur niet tegen beter weten in had gehandeld bij het handhaven van de boete in de bezwaarprocedure, gelet op de toen geldende jurisprudentie omtrent toerekening van schuld van adviseurs aan belastingplichtigen.
Omdat de Inspecteur pas in de beroepsfase tot herroeping overging en er geen aanwijzingen waren dat hij in bezwaar onredelijk had gehandeld, was geen grond voor een integrale proceskostenvergoeding. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het Gerechtshof bevestigt dat de forfaitaire proceskostenvergoeding terecht is toegekend en wijst het verzoek tot integrale vergoeding af.