ECLI:NL:GHARN:2007:BB4867
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Van Loo
- Katz-Soeterboek
- Groefsema
- Rechtspraak.nl
Bevestiging werking concurrentiebeding en toewijzing vordering tot betaling na beëindiging arbeidsovereenkomst
In deze civiele procedure gaat het hoger beroep over de vraag of het concurrentiebeding in de arbeidsovereenkomst tussen partijen nog van kracht is na de beëindiging van de arbeidsovereenkomst en of appellant een bedrag aan geïntimeerde moet betalen.
Appellant stelde dat het concurrentiebeding niet meer van toepassing was en dat hij recht had op terugbetaling van een eerder aan geïntimeerde betaalde som. Het hof oordeelt dat artikel 9 van Pro de beëindigingsovereenkomst voldoende duidelijk is en dat geïntimeerde deze bepaling terecht heeft opgevat als een bevestiging dat appellant gebonden bleef aan het concurrentiebeding uit artikel 7 van Pro de arbeidsovereenkomst.
De grieven van appellant worden afgewezen, waaronder zijn stelling dat hij misleid zou zijn over het concurrentiebeding en dat hij recht had op terugbetaling. Het hof bekrachtigt de vonnissen van de kantonrechter en veroordeelt appellant tot betaling van een bedrag van € 8.890,- vermeerderd met wettelijke rente, alsmede in de proceskosten. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de vonnissen en veroordeelt appellant tot betaling van € 8.890,- met rente en in de kosten van het hoger beroep.