ECLI:NL:GHARN:2007:BB5060
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- H.G.W. Stikkelbroek
- J.I.M.W. Bartelds
- F.J.H. Rutgers van der Loeff
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof stelt vervroegde invrijheidstelling deels uit wegens ernstige misdragingen veroordeelde
Veroordeelde was veroordeeld tot een gevangenisstraf van achttien maanden door de rechtbank Breda en later tot drie jaar door het gerechtshof Arnhem wegens diefstal met geweld. Na aanvang van de straf pleegde hij nieuwe strafbare feiten. Het openbaar ministerie diende een vordering in om de vervroegde invrijheidstelling achterwege te laten op grond van artikel 15a Wetboek van Strafrecht.
De verdediging voerde onder meer niet-ontvankelijkheid aan wegens te late indiening en procedurele fouten, maar het hof oordeelde dat geen sprake was van een zodanig ernstige schending van de procesorde die niet-ontvankelijkheid rechtvaardigt. Het hof stelde vast dat de gevangenisstraf van de rechtbank nog niet was voltooid bij de inverzekeringstelling voor het nieuwe feit, waardoor sprake was van volgtijdige straffen.
Het hof nam ook de persoonlijke omstandigheden van veroordeelde mee en constateerde dat de vordering pas acht maanden na onherroepelijkheid van het arrest werd ingediend en dat veroordeelde pas kort voor de vi-datum werd geïnformeerd. Daarom werd de vervroegde invrijheidstelling slechts voor drie maanden uitgesteld. De vordering werd deels toegewezen.
Uitkomst: De vervroegde invrijheidstelling van veroordeelde wordt uitgesteld met drie maanden.