ECLI:NL:GHARN:2007:BB5294
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- Mollema
- Zuidema
- Van Wassenaer van Catwijck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep afwijzing voorzieningen plaatsing speelautomaten wegens ontbreken mondelinge overeenkomst
In deze civiele procedure in hoger beroep stond de vraag centraal of er een mondelinge exploitatieovereenkomst was gesloten tussen BE&D en JaHa omtrent de plaatsing van speelautomaten. De voorzieningenrechter had eerder voorzieningen toegewezen aan JaHa, maar BE&D ging hiertegen in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat onvoldoende aannemelijk was geworden dat er daadwerkelijk een mondelinge overeenkomst tot stand was gekomen. De onderhandelingen waren gevoerd door vertegenwoordigers zonder de benodigde bevoegdheid om bindende afspraken te maken, en het ondernemingsplan dat later werd toegezonden, ondersteunde niet het standpunt van JaHa. Ook de handgeschreven aantekeningen op de dagvaarding boden geen duidelijkheid.
Daarnaast werd geoordeeld dat het beroep op onrechtmatig bewijs niet slaagde en dat het spoedeisend belang van JaHa onvoldoende was onderbouwd. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover het betrekking had op BE&D en wees de gevraagde voorzieningen alsnog af. JaHa werd veroordeeld in de proceskosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof wijst de gevraagde voorzieningen af wegens onvoldoende bewijs van een mondelinge overeenkomst en veroordeelt JaHa in de proceskosten.