ECLI:NL:GHARN:2007:BB8562
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Fokker
- Katz-Soeterboek
- Knottnerus
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over ontslag op staande voet wegens vermeende ongeoorloofde afwezigheid en arbeidsongeschiktheid
In deze civiele zaak gaat het om het hoger beroep van Tatung Netherlands B.V. tegen het vonnis van de kantonrechter dat het ontslag op staande voet van de werknemer nietig verklaarde en de werknemer recht gaf op doorbetaling van loon en nevenvorderingen.
Tatung had de werknemer op 30 december 2004 op staande voet ontslagen wegens vermeende ongeoorloofde afwezigheid en het niet geven van uitleg over zijn afwezigheid. De werknemer stelde dat hij vanaf 6 december 2004 arbeidsongeschikt was vanwege rugklachten en overhandigde medische verklaringen ter onderbouwing.
De kantonrechter oordeelde dat Tatung onvoldoende bewijs had geleverd dat de werknemer vanaf 17 december 2004 arbeidsgeschikt was en dat het ontslag daarom niet aan de vereisten voldeed. Het hof bevestigt dat Tatung de bewijslast draagt om te bewijzen dat de werknemer vanaf 17 december 2004 arbeidsgeschikt was en staat toe dat zij dit bewijs levert, onder meer door getuigenverhoor.
Daarnaast worden eerdere incidenten en het niet tijdig informeren van Tatung door de werknemer niet als voldoende dringende reden voor ontslag op staande voet beschouwd. Het hof bekrachtigt het bestreden vonnis voor zover het loon en nevenvorderingen betreft en wijst de matiging van de wettelijke verhoging af.
De zaak wordt aangehouden voor bewijslevering door Tatung over de arbeidsongeschiktheid na 17 december 2004, waarna verdere beslissing volgt.
Uitkomst: Het hof staat Tatung toe bewijs te leveren dat de werknemer vanaf 17 december 2004 arbeidsgeschikt was, waarna verdere beslissing volgt.