ECLI:NL:GHARN:2007:BB8598
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Elzas
- Wattendorff
- Rechtspraak.nl
Vernietiging borgtocht wegens ontbreken toestemming echtgenote en gebrek aan goede trouw bank
Appellant stelde zich borg voor schulden van een vennootschap via een borgtochtsovereenkomst zonder toestemming van zijn echtgenote. De bank vorderde betaling, maar appellant verweerde zich met een beroep op de vernietiging van de borgtocht door zijn echtgenote wegens het ontbreken van haar toestemming zoals vereist in artikel 1:88 BW Pro.
De rechtbank wees de vordering van de bank toe, stellende dat appellant de bank had misleid en dat de bank te goeder trouw was. Appellant ging in hoger beroep en voerde aan dat de bank niet te goeder trouw was en dat de echtgenote pas in 2003 van de borgtocht op de hoogte was geraakt, waardoor de verjaring niet was ingetreden.
Het hof oordeelde dat de bank onvoldoende onderzoek had verricht naar de aandelenverhoudingen en dat de bank niet te goeder trouw was in de zin van artikel 1:89 lid 2 BW Pro. De bank kon zich niet beroepen op misbruik van recht door appellant. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, wees de vordering van de bank af en veroordeelde de bank tot terugbetaling van het door appellant betaalde bedrag met wettelijke rente en in de kosten van beide instanties.
Uitkomst: Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank, wees de vordering van de bank af en veroordeelde de bank tot terugbetaling van het betaalde bedrag met rente en in de proceskosten.