ECLI:NL:GHARN:2007:BB8615
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Valk
- Van Osch
- Van der Beek
- Jansens van Gellicum
- Duenk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling pachtovereenkomst met betrekking tot onderwei, bovenwei en doorgang voor wettelijke duur
In deze zaak vordert appellant de schriftelijke vastlegging van een pachtovereenkomst met betrekking tot de onderwei, bovenwei en een doorgang tussen beide, voor zover deze percelen eigendom zijn van de Gemeente. Het geschil betreft de vraag of de pachtovereenkomst onder de oude Pachtwet of de nieuwe regeling van het Burgerlijk Wetboek valt. Het hof oordeelt dat de oude Pachtwet van toepassing blijft vanwege het tijdstip van aanvang van de procedure.
Het hof heeft bewijs geleverd geacht dat ook de bovenwei en de doorgang tot het pachtobject behoren, onder meer op basis van een getuigenverklaring die stelt dat de ingebruikgeving gelijktijdig plaatsvond met de koop van het huis en stallen in 1985. De Gemeente heeft geen contra-enquête laten plaatsvinden en heeft de gewijzigde eis van appellant inhoudelijk bestreden zonder bezwaar tegen de eiswijziging.
De Gemeente erkent dat sommige percelen niet haar eigendom zijn, waarop appellant haar eis heeft beperkt tot percelen waarvan de Gemeente eigenaar is. Het hof legt de pachtovereenkomst vast ingaande zomer 1985, tegen een maandelijkse pachtprijs van € 45,38, en voor de wettelijke duur van zes jaren. De Gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten van zowel eerste aanleg als hoger beroep.
Uitkomst: Het hof legt de pachtovereenkomst vast voor de onderwei, bovenwei en doorgang, ingaande zomer 1985, voor de wettelijke duur van zes jaren tegen betaling van € 45,38 per maand.