ECLI:NL:GHARN:2007:BB9624
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Smeeïng-van Hees
- Van den Brink
- Van der Pol
- Rechtspraak.nl
Bevestiging slachtrecht Vicom en afwijzing schadevergoeding tegen Slachthuis Nijmegen
In deze civiele procedure stond centraal of Vicom Vlees B.V. haar slachtrecht kon behouden en uitoefenen jegens Slachthuis Nijmegen B.V. en de Stichting Administratiekantoor Slachthuis Nijmegen, en of zij recht had op een schadevergoeding voor de jaren 2001 en 2002. Vicom baseerde haar aanspraken op een toezegging van een voormalig bestuurder en haar positie als certificaathouder.
Het hof oordeelde dat het feit dat de belangen van Vicom en Slachthuis c.s. in het verleden niet parallel liepen, niet relevant is voor de vraag of Vicom haar slachtrecht kan uitoefenen. De vermeende onrechtmatigheid van Vicoms instemming met de sluiting van het slachthuis en de verstoorde relatie met andere partijen rechtvaardigen geen beperking van haar rechten. Ook de vorderingen tot vernietiging van benoemingen in het bestuur werden afgewezen vanwege onvoldoende onderbouwing en het ontbreken van een wettelijke grondslag.
Ten aanzien van de schadevergoeding stelde het hof vast dat Vicom geen ingebrekestelling had gedaan, wat noodzakelijk was voor nakoming van de verbintenis. De stellingen van Vicom waren onvoldoende concreet om verzuim aan te tonen. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank Arnhem van 21 april 2004, wees de vermeerderde eis af en veroordeelde Vicom in de kosten van het principaal beroep en Slachthuis c.s. in die van het incidenteel beroep.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst de vorderingen van Vicom af.