ECLI:NL:GHARN:2007:BC0942
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep kort geding
- R. van den Heuvel
- A.E. Harteveld
- J.S. van Duurling
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van bewijs voor totaalweigering en niet opvolgen dienstbevel Afghanistan
Verdachte, een soldaat der eerste klasse, werd beschuldigd van het weigeren van iedere dienst, het onttrekken aan dienstverplichtingen en het niet opvolgen van een dienstbevel om deel te nemen aan een missie naar Afghanistan. Het hof heeft onderzocht of verdachte daadwerkelijk elke dienst had geweigerd, zoals vereist voor totaalweigering volgens artikel 139 van Pro het Wetboek van Militair Strafrecht. Uit de feiten bleek dat verdachte wel degelijk enige dienst had verricht en dat het weigeren van deelname aan de Afghanistan-missie niet gelijkgesteld kon worden aan totaalweigering.
Daarnaast werd onderzocht of verdachte een duidelijk en onomwonden dienstbevel had ontvangen om deel te nemen aan de uitzending. Dit kon niet worden vastgesteld uit de bewijsmiddelen, aangezien geen persoonlijke aanzegging of uitzendbeschikking aan verdachte was gegeven. Ook het subsidiaire verwijt van zich onttrekken aan dienstverplichtingen werd verworpen omdat verdachte niet fysiek onbeschikbaar was gesteld.
Het hof concludeerde dat verdachte niet schuldig was aan de tenlasteleggingen en sprak hem vrij. Het vonnis van de militaire kamer van de rechtbank Arnhem werd vernietigd en de zaak werd opnieuw beoordeeld, waarbij het hof tot een andere bewijsbeslissing kwam.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs voor totaalweigering en niet opvolgen dienstbevel Afghanistan.