ECLI:NL:GHARN:2007:BC4411
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- Fokker
- I.A. Katz-Soeterboek
- Knottnerus
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over hoofdverblijf in gehuurde woning en bewijsopdracht woningstichting
De woningstichting vorderde ontbinding van de huurovereenkomst omdat zij meende dat geïntimeerde niet in de gehuurde woning woonde. In eerste aanleg werd geoordeeld dat de woningstichting het bewijs moest leveren dat geïntimeerde de woning niet als hoofdverblijf gebruikte.
In hoger beroep stelde de woningstichting dat de inschrijving in de GBA, het feit dat geïntimeerde zijn zakelijke activiteiten vanuit een ander adres verricht, en diverse andere bewijsmiddelen aantonen dat hij niet in de gehuurde woning woont. Het hof oordeelde echter dat de inschrijving in de GBA niet doorslaggevend is en dat het centrum van iemands persoonlijke levensbelangen bepalend is voor het hoofdverblijf.
Het hof concludeerde dat de woningstichting onvoldoende bewijs had geleverd dat geïntimeerde niet in de woning woont, mede omdat geen bewijs was dat hij de nacht elders doorbrengt. Ook de uitlatingen in het televisieprogramma "De TV Makelaar" waren niet doorslaggevend. Het hof stond de woningstichting toe aanvullend bewijs te leveren, waaronder getuigenverhoor, en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof oordeelt dat de woningstichting onvoldoende bewijs heeft geleverd dat geïntimeerde niet in de gehuurde woning woont en staat aanvullend bewijs toe.