ECLI:NL:GHARN:2007:BC4757
Gerechtshof Arnhem
- Hoger beroep
- A.W. Steeg
- Van Ginkel
- Van Acht
- Rechtspraak.nl
Kooprecht huurder bij einde huurperiode en de totstandkoming van koopovereenkomst
In deze zaak staat centraal de uitleg en toepassing van het kooprecht van de huurder bij het einde van de huurperiode van een bedrijfscomplex. De huurders hadden een kooprecht opgenomen in de huurakte en Algemene Huurvoorwaarden, waarbij een procedure voor prijsvorming via deskundigentaxatie is geregeld. Het hof stelt vast dat het kooprecht niet toestaat dat de huurder door een enkele aanvaarding na taxatie een koopovereenkomst eenzijdig tot stand brengt; beide partijen moeten hun oorspronkelijke voornemen bevestigen.
De verhuurder was verplicht het gehuurde schriftelijk aan te bieden met opgave van prijs en condities, maar is in verzuim geraakt door dit niet tijdig te doen. Hierdoor ontstond een schadeplicht. De huurders vorderden schadevergoeding voor het verschil tussen de betaalde koopprijs en de eerdere geboden taxatiewaarde, te veel betaalde overdrachtsbelasting en huurpenningen.
De rechtbank had de vordering afgewezen omdat niet vaststond dat een koopovereenkomst tot stand was gekomen. Het hof oordeelt dat dit niet met zekerheid kan worden aangenomen, mede omdat de verhuurder de mogelijkheid tot overeenstemming heeft belemmerd. Het beroep op rechtsverwerking door de verhuurder faalt. Het hof besluit een deskundigenbericht in te winnen over de marktwaarde en de onderhandelingssituatie in 2001 en belegt een comparitie om nadere inlichtingen te verkrijgen en schikking te onderzoeken.
Uitkomst: De verhuurder was in verzuim en aansprakelijk voor schadevergoeding; het hof besloot nadere inlichtingen te verkrijgen en een comparitie te beleggen.